Honymoon with kids (deel 3) – Het leven zoals het is onderweg

Samen spelletjes spelen zorgt voor huiselijkheid in ons tijdelijke nomadenbestaan

Jack Johnson op de achtergrond. Ik hoor Sam en Renée gibberen vanuit hun kamer. Ze spelen spelletjes van naar school gaan, onder water duiken met snorkels en op bezoek gaan naar het kasteel van Doornroosje die net 10 jaar geworden is. Ik heb zicht op onze mini Engelse tuin die opdroogt van de regen van gisterennamiddag. We brengen de komende dagen door in de Maleisische bergen waar we bekomen van de zengende hitte. Het was de voorbije dagen bloedheet. Ik zweette me kapot. De kinderen ook. Ik veranderde drie keer per dag van kleren na een verfrissende douche. De warmte mat af en slaat slam.

Maar nu vinden we rust en koelte in ons nieuw appartementje, onze thuis voor drie dagen. Toen Renée na onze eerste ‘verhuis’ vroeg wanneer we terug naar ‘ons huisje’ gingen, vreesden we heimwee. Maar ze bedoelde het appartement in Singapore. Vanaf nu zijn we nomaden en veranderen we om de vier à vijf dagen van huis. Die nieuwe realiteit slikken Sam en Renée als zoete koek.

Het gaat goed. Heel goed zelfs. Zolang we af en toe zalf smeren, plakkers kleven, en voldoende kusjes en knuffels geven. En eten en drinken uiteraard. Nooit te lang wachten met eten… Af en toe wat gekibbel tussen Sam en Renée, maar veel minder dan thuis. Sam leert zichzelf lezen en schrijven. ‘G-r-o-e-n schrijf je met vijf letters’ zei ze daarstraks. Daarnaast stelt ze veel vragen. Ik probeer ze allemaal met zorg en tijd te beantwoorden. Ze absorbeert tegen 100 per uur. ‘Waarom zei die man daarnet in de taxi ‘ja’ in plaats van ‘yes’?’ en ‘Hoe is de allereerste persoon op aarde Frans beginnen spreken?’ ‘Gaan moslims naar een moskee? En onze buren thuis dan ook?’ ‘En hoeveel talen spreek jij mama?’ Renéeke moest wat bekomen van onze avonturen in de jungle en de uren dutjes die ontbraken. Hier slaapt ze in boten en in de rugzak. In ons vier personenbed riep ze ’s nachts ‘Wacht op mij!’ alsof ze overdag de hele dag moet bijbenen. Misschien is dat ook wel zo. ‘Ik wil jou pakken’ vraagt ze dan met uitgestrekte armpjes wanneer haar benen moe zijn.

Hoewel we veel te veel spullen bij hebben, hebben Sam en Renée hier niet echt veel speelgoed. Renée vroeg het op een keer: ‘Mag ik spelen?’ Ze was op zoek naar spullen die we niet bijhadden. Maar het duurt nooit lang, het zoeken naar een spel. Stokken in combinatie met een frisbee zijn voldoende om er een schminkpalet van te maken. Om de beurt mekaar ‘alsof’ schminken, ze zijn er eventjes mee zoet. Of zakjes volladen. Het moet Renée zijn opgevallen hoeveel spullen we meezeulen want ze propt haar eigen rugzakje vol tot de rits niet meer sluit. Dan speelt ze alsof ze op stap gaat, met een nog meer uitpuilende plastieken zak dan haar rugzak in de hand. Ze is nog maar drie, maar voelt zich al groot. ‘Mama, wat ben jij klein!’ zei ze gisteren vol verbazing. Ze stapt kilometers, eet bergen rijst en gaat mee later slapen. Zonder morren, met veel deugnieterij. Alleen als we wat te weinig eten overdag, gaat ze over de rooie…