Pesten is vermijdelijk

Cover boek 'Alles over pesten' van Mieke Van Stigt

Pesten is een maatschappelijk probleem waarvoor velen hun kop in het zand steken. Onlangs hoorde ik het nog in de kleedkamers van een fitness: “Pesten? Dat is toch van alle tijden.” Maar pesten laat sporen na. Bent Van Looy vertelde het schoorvoetend in een aflevering van ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ en ook Natalia wilde er liever niet aan terugdenken tijdens haar deelname aan ‘Het huis’ maar stelde sterk dat volwassenen die het niet meegemaakt hebben, geen idee hebben wat de impact van pesten op een persoon heeft. Nieuwslijn sprak met Leefschool De Dageraad uit Zurenborg die sinds twee jaar werkt met het anti-pestprogramma KiVa wat hen sociaal-emotionele vaardigheden aanleert. Zij merken alvast een verschil.

“Hoewel de cijfers van de HSBC-studie van 2014 aantonen dat het groepje leerlingen dat systematisch pest in Vlaanderen is gedaald met 30% (tov 2010) en het aantal slachtoffers dat intens gepest wordt ook daalde met 21%, mogen we niet vergeten dat er elk jaar nog steeds 34 500 slachtoffers zijn die minstens één keer per week gepest worden.” Dat schrijft Gie Deboutte van Leefsleutels, de organisatie die het KiVa-programma in België promoot. “Deze groep loopt het risico ook op lange termijn schade te ondervinden. Dat bezwaart hun persoonlijke ontwikkeling en geluk, zet veel druk op hun omgeving en zadelt de samenleving op met een hoge financiële en maatschappelijke kost.”

Uitsluiting is een vorm van agressie die kan uitgroeien tot een spiraal van geweld

Cruciale rol van de omstaanders

Het is niet toevallig dat het museum Kazerne Dossin in Mechelen zijn rondleidingen start met een filmpje waarin getoond wordt hoe een kind wordt gepest op de speelplaats. De bezoeker van het museum wordt alert gemaakt voor collectieve geweldmechanismen die onder ons plaatsvinden maar die we stilzwijgend durven aanvaarden of negeren. Dat geweld kan schijnbaar onschuldig beginnen op de speelplaats door pesters die zich sterk voelen omdat ze een hechte groep zijn. “Meelopers voelen op hun beurt dat ze ergens bij horen. Misschien zijn er ook die niet akkoord gaan maar zij blijven op de achtergrond. Uitsluiting is een vorm van agressie die kan uitgroeien tot een spiraal van geweld. Als een staat die vorm van uitsluiting steunt, kan dit uitmonden in een genocide,” vertelt de introductiefilm. Zowel het museum als Deboutte benadrukken de rol van de omstaanders. Deboutte: “Deze groep beschikt over sociale vaardigheden en een attitude die hen niet systematisch doet grijpen naar pest- of cyberpestgedrag. Als deze groep zich positief verantwoordelijk opstelt, binden pestkoppen makkelijker in.”

Veiligheid, verbondenheid en vertrouwen

Daarom moeten we alert zijn in ons gezin, onze school en op ons werk om vormen van onverdraagzaamheid te detecteren en om te buigen in een veilig klimaat van vertrouwen, voor iedereen, de pester incluis, schrijft o.a. Mieke Van Stigt, sociologe en zelf slachtoffer van pesten, in haar boek ‘Alles over Pesten’. Voor dit scholennummer van Nieuwslijn gingen we op zoek naar een Antwerpse school die dit toepast in het kader van het KiVa-programma. Het is gebaseerd op een Fins anti-pestprogramma. KiVa is het Finse woord voor ‘fijn’ of ‘leuk’. Het wetenschappelijk onderbouwde programma stoelt op drie basisprincipes: veiligheid, verbondenheid en vertrouwen. Wordt in een organisatie voldaan aan die drie voorwaarden, krijg je een gunstig klimaat waar pesten weinig kans krijgt of snel wordt aangepakt. De school die zich inschrijft, krijgt vormingen voor de leerkrachten, uitgewerkte lessen en educatieve computergames voor leerlingen en ouders. Het effect van de aanpak, is spectaculair. Volgens KiVaschool.be daalde het percentage pesterijen in Finland op vier jaar tijd met 31% en in Nederland daalden de pesterijen in één jaar met zelfs 50%.

Op dit ogenblik werkte Leefsleutels een diepgaand en structureel aanbod uit dat is aangepast aan de eindtermen van het Vlaamse lager onderwijs. Eenzelfde aanbod voor secundaire scholen is er voorlopig nog niet. Gie Deboutte: “Secundaire scholen moeten iets verder gaan zoeken om geholpen te worden. Omdat de resultaten voor KiVa in het secundair onderwijs nog niet eenduidig de goede kant op gaan, kozen we er nog niet voor om het programma al in het secundair op te starten. Er zijn wel andere manieren om scholen op weg te zetten om hun pestbeleid te verstevigen of op poten te zetten als er nog niets is, zoals het STIPP-traject van Leefsleutels of trainer Hilde Leonard die scholen coacht en ondersteunt, ook op vlak van beleidsversterking.” Deboutte benadrukt dat er geen leeftijd staat op pestgedrag en dat alle scholen van het basis, secundair en hoger onderwijs aandacht moeten besteden aan dit thema.

De zoveelste methode

Zorgcoördinatoren Sigrid Van de Velde en Ilse Broux van De Dageraad zijn alvast enthousiast over het nieuwe programma. Drie jaar geleden volgden ze het voorbereidende jaar van KiVa. Ondertussen passen ze de nieuwe basishouding al twee jaar toe in hun school. Niet dat ze daarvoor nog niets ondernamen om pesten tegen te gaan of om een aangenaam schoolklimaat te bevorderen. In de visie van de school wordt de nadruk gelegd op het welbevinden van de leerlingen en dat het een zorgzame school is waar waarden als echtheid en empathie prioriteiten zijn. “Toch voelden we dat de omgang tussen zowel leerkrachten als de leerlingen onderling in een negatieve spiraal draaide. Er was toen ook veel agressiviteit onder de kleuters,” vertelt Sigrid. De school probeerde daarom verschillende aanpassingen te doen om de situatie te veranderen. Zo kwam er meer groen op de speelplaats, de kinderen kregen ook de kans om binnen te spelen tijdens de speeltijd wat hun speeloppervlak vergrootte en er was een pestbus waar kinderen iets in konden melden. Ze pasten ook de No Blame methode toe. “Maar daarbij was niet het hele leerkrachtenteam betrokken. Wij maken ook gebruik van de axenroos om intermenselijke relaties duidelijk en rijker te maken. De axenroos en het KiVa-programma kan je perfect samen gebruiken. Maar de axenroos blijft een complexer systeem om pesterijen op te lossen.” Van de Velde ging verder op zoek en botste op KiVa. Ze stelde het voor aan het team dat aanvankelijk niet zo enthousiast reageerde. “De meerderheid dacht dat het een zoveelste methode was die ons niet ging helpen. Pas toen we een vorming volgden en enthousiast terugkeerden, stapte het team mee in ons verhaal.”

Wat Van de Velde vooral aanspreekt in deze aanpak is het duurzame karakter van het programma. “Je krijgt een handleiding die elke leerkracht kan gebruiken om de lessen vorm te geven. Dat zorgt voor een houvast. Je kan op iets terugvallen. Als beleidsondersteuner ondervind ik dat vele aanpassingen in de school moeilijk behouden blijven. Zeker voor leerkrachten die tijdelijk meedraaien, is het soms moeilijk inpikken. Maar door de praktische handleiding kan iedereen mee, op elk moment.”

Puzzelen

Wat houdt die aanpak nu concreet in voor Leefschool De Dageraad? De uitgewerkte lessen worden geïntegreerd in bestaande vakken zoals Godsdienst of Wereldoriëntatie. Ze organiseren elke maand een KiVa namiddag waarbij jaar overschrijdende activiteiten zoals een picknick of muzische vorming worden georganiseerd. En er wordt veel tijd besteed aan het levend houden van die ‘fijne school’. Sigrid: “Dat vraagt veel energie, het vergaderen, het idee levend houden, iedereen op diezelfde lijn krijgen. De voorbije drie jaren wijdden we de helft van onze pedagogische studiedagen aan dit sociale-emotionele aspect. Je moet het geïntegreerd krijgen in je huidige lestijdenpakket. Dat is niet zo eenvoudig. Het onderwijs is nog steeds opgedeeld in vakjes. Bij het katholieke net zal dat vanaf volgend jaar gelukkig veranderen. Hoewel de inhoud past in de eindtermen, is het wel een puzzel om het ingepast te krijgen. Maar als we tellen hoeveel uren we daarvoor bezig waren met ruzies oplossen, is die tijd nu al gewonnen.” “Bovendien moet je hele team achter die visie van veiligheid en vertrouwen staan om de aanpak te doen slagen,” vult Ilse aan.

Een ander nadeel is de hoge kostprijs. Voor De Dageraad kostte het programma voor de eerste twee jaar 1500 euro (750 euro per schooljaar), voor grotere scholen is het 2750 euro (1375 euro per schooljaar). “Mechelen, Leuven, Diest, Oostende, Turnhout en Tienen zijn de Vlaamse steden die hun scholen ondersteunen om aan het KiVa programma deel te nemen,” licht Gie Deboutte toe. “Dat gaat van 100% financiële tot logistieke ondersteuning.” Voorlopig is Antwerpen daar nog niet bij. Op dit ogenblik zijn er slechts vijf scholen in het Antwerpse die eraan deelnemen, namelijk Bloemendaal uit Schoten, Het Oogappeltje uit Wommelgem, OLV van Lourdesinstituut uit Ekeren, VB Maria Boodschap en Leefschool De Dageraad uit Antwerpen. Sigrid: “Wij gebruiken hiervoor een deel van onze werkingstoelage. Als Leefschool vinden we het logisch dat we hiervoor kiezen.”

Er was één jongen die zei dat hij vrienden niet belangrijk vond, omdat hij er geen had, dacht hij. Daarop reageerde een ander kind met de boodschap: ‘Jawel, ik ben jouw vriend.’

Ik wil dat je stopt

En die prioriteit werpt nu al vruchten af. Ilse Broux: “We merken aan de kinderen dat ze sociaal-emotioneel sterker worden om eventueel pesten beter aan te kunnen. Ze kunnen zich beter uitdrukken over hun gevoelens. We hanteerden vroeger de klassieke vier basisemoties, maar nu leren de kinderen een veel breder palet hanteren. Ze leren ook hun ervaringen schalen van 0 tot 10. Als er iets misloopt, zullen ze nu sneller de ik-boodschap hanteren en zeggen ‘ik wil dat je daarmee stopt’ in plaats van te beginnen met ‘die heeft dat gedaan’. Zo was ik onlangs getuige van een mooie situatie in het tweede leerjaar waarbij de kinderen moesten antwoorden op de stelling ‘ik vind vrienden belangrijk’ met ja, nee of soms. De meesten gingen bij antwoord ‘ja’ staan maar er was één jongen die bij antwoord ‘nee’ ging staan. Toen ik hem vroeg waarom, antwoordde hij ‘omdat hij geen vrienden had, vond hij ze ook niet belangrijk’. Daarop reageerde een kind uit de andere groep met ‘jawel, jij hebt wel vrienden, want ik ben jouw vriend.’ Het is een doe-gerichte aanpak waarbij ook minder taalvaardige kinderen meegenomen worden in het verhaal. Zo begrijpen ze bijvoorbeeld de beeldspraak dat één tak gemakkelijker breekt dan 25 takken samen in je hand. Of het feit dat pesten sporen nalaat. Dan krijgen de kinderen de opdracht om een blad papier op te frommelen tot een prop. Nadien moeten ze proberen de plooien glad te strijken. Iets wat nooit helemaal lukt. Dat begrijpt een kind beter dan 100 maal zeggen dat ze niet mogen pesten.” Sigrid: “We merken ook in pestsituaties dat de omstaanders beginnen te reageren. Ik sprak met een slachtoffer die vermeldde dat er wel iemand had gereageerd. Maar dat het niet hielp. Maar daardoor voelde het kind zich niet volstrekt alleen in zijn situatie.”

Sluimerende onvrede komt bovendrijven

Volgens Van de Velde is de grootste uitdaging momenteel de leerkrachten bewust houden van deze nieuwe benadering van omgangsregels. Maar ook daar is op twee jaar tijd een evolutie te merken. “We ondervinden dat de klasleerkacht opnieuw de spilfiguur is voor de leerlingen. Door de jaren heen werden de zorgleerkrachten, vaak door gebrek aan tijd, aangesproken door de klasleerkachten om conflicten op te lossen. Toen we in november 2015 van start gingen met de implementatie van het programma werden we dan ook overspoeld met vragen voor gesprekken rond pesterijen. Het waren er zoveel dat we ons afvroegen hoe we dit gingen bolwerken. Opvallend was dat veel situaties dateerden van lang geleden. Er sluimerde dus heel wat onvrede bij de kinderen die tot dan toe niet naar de oppervlakte kwam. Ondertussen krijgen we veel minder meldingen en zijn de gebeurtenissen recenter. Onze leerkrachten luisteren nu meer dan vroeger naar de leerlingen zonder te oordelen. Ze gaan na of het om pesten of een ruzie gaat. Als het over pesten gaat, volgt sowieso een gesprek en bespreken we wie wat opneemt. Vroeger deed iedereen maar wat, zonder een vaste structuur. De sociaal-emotionele vaardigheden die we leerden via KiVa mogen van mij een vast onderdeel vormen in de lerarenopleiding. Op dit moment wordt nog te vaak ingezet op kennis in plaats van op omgang.”

Verschenen in juni 2017 in Nieuwslijn Magazine.