Ode aan mijn man

Foto: Witloof

7 april 2009

“Sinds zondag zweef ik… Gisteren de hele dag zitten giechelen. Een vreemd virus heeft me te pakken, mijn maag is een blok beton, mijn hoofd een tol en het werkt verschrikkelijk op mijn lachspieren. En ik ben zo ongeduldig, dju toch… nog een hele nacht én lange dag wachten… Ik kruip liefst nu al mijn bed in, dan is het snel morgen. Ik ben zelfs een beetje draaierig. Of is het buikgriep?”

30 april 2018

Zo heb ik je negen jaar geleden leren kennen. Volledig van mijn melk. ‘Als ik nu niet mag vliegen, dan mag ik het nooit!’ riep ik naar wie mijn voeten terug op de grond wilde zetten. Ik had met jou de hoofdvogel afgeschoten. Hoe vaak heb ik je dat niet gezegd. Jij ging me om 12u30 bellen, en je deed dat dan nog ook. Ik kon meteen op je rekenen. En zo is het gebleven. Jij bent de rots in de woelige stroming van mijn leven. Ik kan op je bouwen als op geen ander.

Vanaf het moment dat we mekaar leerden kennen, zijn we samen. Hoe zot is dat? We verzonnen grave verhalen, van witte paarden enzo, om onze ontmoeting wat op te smukken. Maar het was al gek genoeg. Ik hing aan je lippen. Eerst figuurlijk en wat later op de avond dan letterlijk. Je bent dan ook een meester verteller. Ik hou van je waargebeurde verhalen maar ook van de absurde, zelfverzonnen verhaaltjes, van uitgebeende eekhoorntjes enzo… Je onthoudt details en toont me een wereld die ik anders voorbij loop. Zoals toen we nog op de Belgiëlei woonden. We slenterden door de straten en jij toonde me details die ik anders niet zag. Je zou het later nog vaak doen. Dingen opmerken, mijn gedachten lezen. Freaky soms…

enkel in het casino in Argentinië zou je die gave misbruiken, toen je de roulette probeerde te bezweren.

Je bent een ondeugende speelvogel, Wouter, van een soort die ik het liefste zie. Tollend, kwetterend, maar zacht en lief.

Ik hou ervan dat je keitjes gooit in het water en trots kijkt hoever ze springen,

Ik hou ervan dat je een boomstam uitgraaft om ermee te gaan varen.

Ik hou ervan als je uitgelaten lacht.

Ik hou ervan dat je me een woord verklaart dat ik niet ken.

Ik hou ervan dat je je voet in mijn hangmat legt

Ik hou ervan dat je het laatste stukje voor mij laat.

Ik hou ervan dat je mijn haren kamt, gewoon omdat ik dat leuk vind.

Daarom liefste liefje, beloof ik vandaag en morgen en alle dagen die nog zullen komen om bij jou te blijven, en je trouw te blijven, in goede en ook in kwade dagen.

Want die laatste hebben we ook al gehad. We ondervonden dat het leven niet enkel goed nieuws brengt. Maar meer dan ooit stonden we er als een team en vochten als leeuwen.

Ik voel me veilig bij jou.

Mijn tranen zijn veilig bij jou.

Je geeft me de ruimte om mezelf te zijn.

Dat ongeduldige gevloek neem ik er dan ook graag bij.

Ik wil met jou samen op zoek gaan naar de details.

En oud worden, met onze voeten, samen in de hangmat.

Ook al ben je op zoek naar jezelf. Ik heb jou al lang gevonden.